Posts tonen met het label OnlineOnderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label OnlineOnderwijs. Alle posts tonen

woensdag 31 mei 2023

Hoger Onderwijs, post-corona (2)

Eerder schreef ik reeds over hoe ons hoger onderwijs aan het evolueren is post-corona, met de (groeiende) invloed van online onderwijsvormen. Nu het academiejaar (toch qua contactmomenten) weer is afgelopen, leek het me nuttig mijn ervaringen van het voorbije jaar kort op te lijsten. 

In de bovenvermelde blogpost had ik het voornamelijk over de lage opkomst in de hoorcolleges, ondermeer door het ter beschikking stellen van lesopnames. Dat was alleszins mijn ervaring in het 1ste semester. De opkomst was weliswaar sterk vak-afhankelijk, maar studenten staken in een (anonieme) informele evaluatie niet onder stoelen of banken dat lesopnames een "gamechanger" waren. Voor een vak dat ik doceerde in 1ste master (en waar de fysieke opkomst zeer laag was), kwamen volgende opmerkingen van studenten naar voor op de vraag waarom de lessen amper werden bijgewoond (selectie):

  • Op en af gaan naar Heverlee kost extra tijd en moeite. Er is al zo'n grote lading werk (exclusief een examengerichte aanpak) dat die extra tijd heel aangenaam is. Bovendien kan je de opname pauzeren, waardoor er minder nood is aan de les later herhalen + meer flexibiliteit. Wel goede lessen =) 
  • Zeer goede lessen, helaas waren er veel groepswerken en deadlines die tegelijk vielen en was het soms onmogelijk om momenten te vinden om daarvoor samen te zitten zonder lessen te skippen. (en hoge werkdruk dus soms handig om met de uren te kunnen schuiven).  
  • De opkomst is laag bij alle lessen. Sinds corona hebben veel studenten beseft dat het makkelijker is leerstof op zichzelf te verwerken en opnames te kijken indien nodig. Er waren ook zó veel tijdrovende projecten dat ik te veel moest brossen, want eigenlijk was deze les wel aangenaam en nuttig. 
  • Tijdswinst: Doordat ik 20 minuten heen en terug zou moeten fietsen van de campus en de opnames op maal 1.25 perfect volgbaar zijn win ik een aanzienlijke hoeveelheid tijd als ik ze gewoon op kot kijk. 

In zekere zin zijn deze antwoorden zelfs begrijpbaar. De contactmomenten worden niet ervaren alsof het live bijwonen een meerwaarde vormt, of toch niet in die mate dat het opweegt tegen andere ongemakken zoals het zich verplaatsen naar de campus. Ik kan dat als docent jammer vinden - zeker omdat ik veel moeite steek in het goed voorbereiden en interactief maken van lessen (en ook wel regelmatig gouden krijtes allerhande win vanwege de studenten :-)) - maar goed, the proof of the pudding is in the eating.

Docenten kunnen hier dan op verschillende manieren mee om gaan. Ofwel kan je eerder een dwingend systeem opzetten door bijvoorbeeld de beschikbaarheid van lesopnames te beperken in de tijd, ofwel kan je actiever gaan nadenken over de rol en functie van hoorcolleges en op welke manier we die contactmomenten meer optimaal kunnen gebruiken. Dat laatste heeft alleszins mijn voorkeur. 

Eén van de werkvormen die dan vaak naar worden geschoven is dat van flipped classroom. Grosso modo houdt dit in dat je studenten vóór het contactmoment de opdracht geeft om een opname te bekijken, een stuk tekst te lezen, een probleem tot nadenken geeft ... en dat het contactmoment dan dient om hier verder dieper in te gaan. De meerwaarde is dan dat je inhoudelijk meer kan bieden, en er meer tweerichtingsverkeer is tijdens het contactmoment zelf. Dat is de theorie.

In praktijk vraagt dergelijke aanpak natuurlijk wel een ander type inspanning, zowel van docent als student. Als docent moet je anders gaan nadenken over hoe je bepaalde inhoud wil aanbrengen. Van studenten wordt verwacht dat men op voorhand het materiaal doorneemt, anders heeft het hele opzet natuurlijk geen zin. En vooral bij dat laatste loopt het soms wel mis. Vanuit diverse onderwijscommissies (aan mijn universiteit verantwoordelijk voor een opleiding) waar ik in zetel, hoor ik van studenten dat flipped classroom soms wel is doorgeslagen. Docenten stellen een video ter beschikking die langer duurt dan het contact moment zelf. Tja ... zoiets werkt natuurlijk niet, vooral omdat je een onevenredig groot deel beslag legt op de tijd van de student.

In een mastervak dit afgelopen tweede semester van het academiejaar heb ik daarom bewust geëxperimenteerd met korte videoclips in de flipped classroom werkvorm, variërende van 10 tot pakweg 25 minuten. Telkens trachtte ik een probleem te situeren, wat diverse oplossingen zouden kunnen zijn, met telkens de vraag aan studenten om er op voorhand concreet over na te denken en hun zienswijze mee te brengen naar het hoorcollege. Dat gebruikte ik dan als startpunt van de discussie in een eerste helft van de les, om dan in de tweede helft geavanceerde inhoud te behandelen die hierop verderging. De videoclip in kwestie nam ik zelf enkele dagen op voorhand op, in een informele stijl, vaak met wat snelle handgeschreven slides (dus zeker geen afgeborsteld filmpje), en ik vermoed dat dat wel hielp om studenten in de juiste mindset te krijgen. Alleszins beter dan studenten een lesopname van 2 uur voor te schotelen of een tekst van 20 pagina's te laten doorworstelen.

Enfin, zoals ik zei, the proof of the pudding is in the eating. Binnenkort examens, dus ik zal wel merken wat de leereffecten zijn ...

dinsdag 20 december 2022

Hoger onderwijs, post-corona

We zitten toch al even in het post-corona tijdperk, of toch wat betreft de manier waarop we ons hoger onderwijs organiseren: studenten mogen terug voluit naar de campus komen, alle contactmomenten kunnen fysisch doorgaan.

Er dient zich nu echter een nieuw probleem aan, en dat is welke werkvormen we nu best gebruiken, gegeven de corona-ervaringen? Op dit ogenblik lijkt het wel alsof we aan het convergeren naar een soort gemakkelijkheidsrustpunt: door het beschikbaar stellen van lesopnames is er een flink deel van de studenten dat niet meer de moeite neemt om nog naar de campus te komen. Hoorcolleges worden slechts door een kleine fractie van de studenten nog bijgewoond. Interactie staat op een laag pitje. Het lijkt wel alsof we in een dissociatie beland zijn: we geven les alsof er veel volk naar de lessen komt, maar eigenlijk komt er amper iemand, en iedereen bekijkt alles wel nadien in de opname. Dat model is niet langer houdbaar. Het is gewoon slecht gebruik van onze onderwijsmiddelen.

Uiteraard ken ik alle argumenten pro en contra lesopnames (de voorbije 2 jaar ging het in discussies over onderwijs amper over iets anders). Lesopnames zijn goed als back-up, als studenten bijvoorbeeld ziek vallen, door een  omstandigheid niet aanwezig kunnen zijn, nadien de leerstof nog eens willen bekijken. Anderzijds hebben lesopnames ook nadelen: het wordt moeilijker en moeilijker om studenten significant te bereiken, interactie tijdens contactmomenten heeft kritische massa nodig die er niet meer is, klassieke lessen zijn bedoeld voor grote groepen en missen deels hun doel of "werken niet" als die grote groep niet voor je in de zaal zit.

Een ander argument om de huidige malaise (want ja, ik noem het een malaise) te verklaren is dat lesopnames bekijken voldoende zijn om te slagen op het examen. Waarom zou je iets meer doen, als gewoon de slides bekijken (al dan niet in opgenomen vorm) voldoende zijn om een slaagcijfer te behalen? En in zekere zin begrijp ik dat argument zelfs. Alleen drijft het ons naar gemakzuchtig onderwijs, aan beide kanten. Voor de studenten betekent het gewoon voor je computer zitten en alles passief consumeren. Voor docenten betekent het opnames van enkele jaren terug hergebruiken en af en toe nog eens antwoorden op een emailtje. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn van hoger onderwijs? Als we daarop afstevenen, dan kunnen we er beter mee stoppen en iedereen zich laten inschrijven aan één of andere online univeristeit en micro-credentials laten behalen ;-)

Daarom heb ik besloten om nog meer dan vandaag voluit de kaart te trekken van de "blended"-onderwijs aanpak: studenten bekijken leerstof op voorhand (al dan niet via een opname), en de contactmomenten worden gebruikt om dieper in te gaan op de reeds bekeken leerstof, om te focussen op de moeilijke delen, verder te bouwen op de reeds opgedane kennis van studenten. De blended aanpak wordt op vrij veel plaatsen naar voor geschoven als het antwoord op de mix tussen onderwijs en technologie. Alleen vraagt het natuurlijk een significant inspanning om bestaande vakken blended te maken, maar ik ben alleszins wel overtuigd. Nu nog de studenten meekrijgen :-)

maandag 25 januari 2021

Hoger Onderwijs in tijden van Corona

We zitten nog steeds in Coronacrisis. En dat betekent voor het universitaire gebeuren afstands- en online-onderwijs. Regelmatig komen studenten naar buiten met de bedenking dat ze schijnbaar een vergeten groep geworden zijn. Een tegenreactie die je dan vaak hoort is dat het voor iedereen moeilijk is en studenten - net zoals iedereen - maar even moeten  doorbijten. Maar natuurlijk, zo eenvoudig en zo duidelijk is het allemaal niet.

Er lopen in dit thema twee dingen door elkaar: enerzijds de sociale en maatschappelijke context waarin studenten vertoeven enerzijds, en anderzijds het studeren zelf. Niemand zal ontkennen dat de huidige coronamaatregelen onaangenaam zijn, voor een heleboel mensen. Maar studenten zijn natuurlijk een ietwat speciale groep. Enerzijds zijn het volwassen mensen, die we niet zomaar een betuttelend regime van pakweg een lagere of middelbare school kunnen opleggen (wat sommigen onder hen soms wel lijken te verwachten als men de vergelijking maakt met het LO of SO); anderzijds zijn studenten nog geen heer en meester over hun eigen leven. De meesten hebben vaak niet de eigen hefbomen in handen die andere volwassenen wel hebben. Als je voor kost en inwoon grotendeels afhankelijk bent van anderen, en tegelijk in een onderwijssituatie zit waar je ook weinig controle hebt over wat er dagelijks op je afkomt, is dat inderdaad een wereld van verschil in vergelijk met andere (jong)volwassenen die wel die zelfstandigheid hebben. Natuurlijk zit niet iedereen in hetzelfde schuitje, en net zoals bij andere bevolkingsgroepen is er een heel spectrum van corona-gerelateerde situaties waarin mensen zich bevinden.

Maar ik hoef natuurlijk niet voor studenten te spreken en hoe ze best hun eigen sociale contacten in deze coronatijden kunnen onderhouden. Uiteraard zijn er in 2021 uitgebreide communicatiemogelijkheden die het makkelijk zouden moeten maken om met elkaar in contact te blijven. Stel je immers voor dat we deze coronamaatregelen moeten meemaken met enkel de brief en telefoon als communicatiemiddel. Maar dat geldt voor iedereen, niet enkel voor studenten. Het is daarom ook niet fair om als boomer te komen aandraven met het argument "in onzen tijd ...".

Maar op het studiegebeuren zelf hebben we als universiteit en docent natuurlijk wel invloed. Binnen enkele weken start het 2de semester van dit academiejaar, en meer dan vermoedelijk zal dit het 3de semester op rij zijn dat grotendeels in "code rood" zal doorgaan, wat betekent dat een flink deel van de onderwijsactiviteiten online gebeuren.

Maar wat betekent dat "online onderwijs" precies? Op welke manier vul je dat als docent goed in? En wat is het verschil met on-campus onderwijs? Dat zijn vragen die we ons - naar mijn mening - te weinig stellen.

Ondertussen zal wel elke docent vertrouwd zijn (of dat hoop ik althans) met de technische mogelijkheden die universiteiten en hogescholen in sneltempo uitgerold hebben: opnamemogelijkheden vanop je eigen laptop, interactieve chatrooms, discussieforums, online poll-systemen, zoom-achtige stuff met break-out groepjes, online whiteboards, collaboratieve tools allerhande ... Vele van die dingen bestonden natuurlijk al vóór Corona, maar vaak was de nood minder om ze te gebruiken, of zat het allemaal nog in de sfeer van avant-garde experimenten. Maar een technologisch tooltje is natuurlijk maar een technologisch tooltje. En als we die tooltjes gewoon inzetten om het on-campus onderwijs zo getrouw mogelijk om te zetten in online equivalenten, dan missen we misschien wel één en ander.

We hangen heel sterk vast aan een organisatorisch kader dat uitgaat van on-campus onderwijs, waarin studenten in (grote) groep onderwijsactiviteiten volgen. Maar kan het anders in een online context? Of moet het anders? Ik vermoed dat niemand dat goed weet. Ja, ondertussen weten we hoe we met de technologie kunnen werken. Maar hoe we  online onderwijs moeten organiseren vanuit onderwijsstandpunt weten we eigenlijk nog niet zo goed. Het gevolg is dat elke docent individueel een aantal keuzes maakt voor de eigen vakken, en dat zo goed mogelijk probeert te doen. Het eindresultaat dat de student ervaart is dan wel een ongeorganiseerde kakofonie van allerhande afspraken en werkmethodes, die nog niet geconvergeerd zijn naar een gemeenschappelijk impliciet model dat on-campus onderwijs wel heeft.

Meer coördinatie tussen vakken dan maar? En goede afspraken maken tussen docenten? Ook hier botsen we deels op onze onderwijsorganisatie. De tijd dat studenten eenvormige cohortes vormden die van jaar tot jaar samen overgingen en min of meer eenzelfde vakkenpakket volgden ligt reeds lang achter ons. In een gegeven vak zitten vaak studenten van diverse richtingen, voor wie dat vak telkens een andere plaats en functie heeft in het curriculum. Dat maakt coördinatie tussen vakken natuurlijk moeilijk. Mat als gevolg dat het vaak slechts minimaal gebeurt. Het is allemaal geen excuus, maar wel een verklaring.

Maar goed, als docent kan je natuurlijk wel zo goed mogelijk invulling geven aan je eigen vakken, al is het daar soms ook schipperen tussen wat diverse studentenprofielen als "optimaal" ervaren. Dé student bestaat immers niet. Net als in het pré-corona-tijdperk beleven verschillende studenten het studeren op verschillende manieren. Alleen is er nu geen impliciet default-kader waar iedereen zich naar plooit.

Dus waar worstel ik als docent zelf mee, om mijn online vakken zo goed mogelijk te geven?

1. Synchroon of asynchroon onderwijs? Hou ik vast aan de vaste contactmomenten en geef ik ze live, of neem ik alles op voorhand op en beperk het live-aspect tot vraag-en antwoordsessies?

2. Afgeborstelde opnames of de gemoedelijke stijl? Maak ik gepolijste kennisclips - met de verleiding om ze de komende jaren ook te gebruiken - of neem ik materiaal eerder op in een gemoedelijke conversationele stijl die dichter aanleunt bij een klassieke les of seminarie?

3. Gefaseerd of niet-gefaseerd? Maak ik alle leerstof in één keer beschikbaar en laat ik studenten hun eigen tempo kiezen, of plaats ik alles wekelijks in stukjes beschikbaar zodat de opbouw geleidelijk gaat?

4. Tussentijdse evaluatie of niet? Hou ik vast aan de geplande opdrachten met deadlines doorheen het semester, of verdagen we alle evaluatie naar een eenmalig examen tijdens de examenzittijd?

Er is op deze vragen vaak geen eenduidig goed of fout antwoord. Maar we weten nu vaak niet wat een goed antwoord zou kunnen zijn, omdat we de nodige ervaring missen. Tot nu toe was dat min of meer aanvaardbaar, omdat we sinds maart 2020 in een noodscenario zitten, en nood breekt wet. Maar dat argument zal - naarmate de coronacrisis langer en langer begint te duren - steeds minder valabel zijn. Hoog tijd dus dat we als hoger onderwijs wat verder kijken dan de technologie, en ons eens goed beraden over wat goed on-line onderwijs zou kunnen en moeten zijn.