Posts tonen met het label Fun. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fun. Alle posts tonen

vrijdag 27 juni 2008

The truth is out there ...

Een jaar of twee geleden heb ik me de volledige X-files collectie op DVD aangeschaft. Ik heb er sindsdien nooit echt tijd gehad om er naar te kijken, maar nu ik verhuisd ben uit mijn thuisstad Leuven en mijn intrek genomen heb in het landelijke Liezele, is er plots tijd voor. Immers, nog geen internetaansluiting (shame on me and Belgacom :-)), dus is er weer wat tijd om mijn Guitar Hero skills bij te werken en mijn collectie sf/f/horror films eens rustig te bekijken.

De X-files is eigenlijk een serie die voor mij alleszins een geweldige periode oproept. Toen de serie speelde in de jaren 90 was ik aan mijn doctoraat bezig, en kwam het internet als medium sterk opzetten. Het thema van de X-files sloot perfect aan bij een zekere subcultuur die toen op het net heerste. Het net was nog niet 'vervuild' door de hoi polloi, dus de signal-to-noise ratio over allerlei interesses die een computer-sciece doctoraatsstudent aansprak was redelijk groot. Het trio Frohike / Byers / Langly a.k.a. The Lone Gunmen sprak redelijk tot mijn verbeelding. Ze gebruikte het net voor allerlei toepassingen die toen enkel nog maar gekend waren aan universiteiten en onderzoekslabo's. Op een of andere vreemde manier sloot de hele setting van de X-files nauw aan bij mijn eigen leefwereld, vol met geeky interesses.

Uit die periode stamt ook mijn kennismaking met de befaamde universiteiten in de US zoals M.I.T. of Caltech. Dezelfde geeky sfeer waarin ik me wentelde was volledig levend op deze plaatsen. In zekere zin heb ik steeds spijt gehad dat ik niet daar als student vertoefd heb, maar het gras is ongetwijfeld altijd groener aan de andere kant van de heuvel. Twee interessante beokjes die die sfeer een beetje oproepen zijn 'Hackers' van Steven Levy, en 'Nightwork', van T.F. Peterson. Maar de beste aanrader is nog steeds 'The Idea Factory' van Pepper White, wat een goede indruk geeft de sfeer die aan een van de vermaardste onderzoeksuniversiteiten heerst. Jammer genoeg een sfeer die ik in Leuven een beetje mis ...

maandag 25 februari 2008

We are Geeks!

Laten we onszelf even outen...

Onlangs las ik een commentaarstuk van Geert Stadeus in De Standaard (volledige tekst) dat handelde over het jongens-zijn bij vele mannen, wat zich volgens de column ondermeer uit in het verzamelen van allerlei prullaria gerelateerd tot Star Wars, Star Trek, en dies meer.

Nu wil het toeval dit soort jongens-achtig gedrag (een licht-obsessieve interesse voor alles wat zich in het cross-over wereldje van SciFi / Fantasy / Gaming bevindt) mij niet geheel vreemd is. Wat waarschijnlijk wel geen toeval is dat ditzelfde gedrag wel meer waar te nemen is in de studentenmiddens waar ik les aan geef. Om het in verstaanbaar nederlands uit te drukken: "Computerwetenschappers zijn geeks!" (of nerds, alhoewel er een duidelijk verschil is tussen een geek en een nerd, maar daarover later misschien meer).

Het grappige is dat je als prof aan de universiteit, wat uiteindelijk toch nog steeds een waardig ambt is, ik dit min of meer verborgen tracht te houden, maar ik denk niet dat ik daar aardig in luk. Als ik een 'random' getal nodig heb in mijn lessen informatica, gebruik ik dikwijls 42. Een en ander zal sommige studenten dus wel duidelijk zijn. Weliswaar is het gebruik van 42 slechts het topje van de ijsberg. Elke keer als ik in London ben wandel ik wel Forbidden Planet binnen. Ik heb als auteur meegewerkt aan nederlandstalige roleplaying games; heb zelfs lang geleden MtG tornooien in Leuven georganiseerd. Ph'nglui mglw'nafh Cthulhu Rl'yeh wgah'nagl fhtagn. Star Wars characters in Lego worden tot groot jolijt van mijn neefjes maar tot afschuw van mijn vriendin zonder probleem herkend. 20 autootjes uit Cars in mijn kantoor (alhoewel ik hier professionele belangen claim). Ik heb computergames in BASIC gepubliceerd. Godel-Escher-Bach is het meest openbarende boek dat ik ooit gelezen heb, na LOTR natuurlijk (Balrogs hebben geen vleugels, of wel?). Ik check regelmatig Slashdot en Wired. Misschien zie je me wel ooit op XBox live ... en alhoewel mijn drive wel begint af te nemen en alle recente trends niet allemaal meer gevolgd worden, zijn er nog steeds opflakkeringen :-)

Maar waarom dit alles verborgen houden? Onlangs vertelde een collega me dat hij het jammer vond dat er in onze studierichtingen zoveel 'nerds' aanwezig zijn. Waarom eigenlijk? De zogenaamde 'nerds' waarvan sprake zijn evengoed studenten, en als het historisch record aantoont dat dergelijke studenten meer geneigd zijn om richtingen te kiezen met een hoog wiskunde- en informatica gehalte, wat is daar in godsnaam mis mee? Het zijn de geeks die de IT-revolutie op gang houden door hun technologisch vernuft, dus we hebben een degelijk track-record, wat niet dadelijk van andere disciplines kan gezegd worden. Zijn de grootste geeks uiteindelijk niet Bill Gates en Steve Jobs zelf?

Misschien sociale conventie? Het is immers misschien niet dadelijk een wervende boodschap, wat een probleem is dat de richting computerwetenchappen bij de burgies al enkele decennia heeft, en wat meer 'normale' studenten afschrikt. Dat was zo toen ikzelf de studierichting CW koos, en is blijkbaar nog steeds het geval. Dat negatieve imago dat aan CW'ers kleeft gaat dus blijkbaar moelijk weg, ondanks het mainstream worden van vele van de typische dingen waarmee het 'geekdom' geassocieerd wordt. Wat uiteindelijk jammer is, want ik denk dat er vele goede informatici en computerspecialisten verloren gaan doordat sommigen zich door een aantal van deze vooroordelen laten leiden...

dinsdag 29 januari 2008

Gauss is mijn voorvader

... maar niet in de biologische zin natuurlijk. Op het Mathematics Genealogy Project kan ja nagaan welke wiskundigen via hun doctoraatsthesis van welke ander wiskundigen 'afstammen'. Omdat computerwetenschappen dicht genoeg bij de wiskunde staat, zijn er significante verwantschappen.

En hier is dan mijn stamboom, met jaren van doctoraat:

Dutré (1996) -> Willems (1972) -> Lee (1966, *) -> Mason (1952) -> Guillemin (1926) -> Sommerfeld (1891) -> Lindemann (1873) -> Klein (1868, **) -> Plucker *1823) -> Gerling (1812) -> Gauss (1799) -> Pfaff (1786) -> Kastner (1739) -> Hausen (1713) -> Wichmannshausen (1685) -> Mencke (1666)

(*) Lee had 2 promotoren, dus hier de andere lijn:
Lee -> Halle

(**) Ook weer 2 promotoren voor Klein, de andere is Lipschitz:
Klein (1868) -> Lipschitz (1853 ***) -> Dirichlet (1827, ****) -> Poisson -> Lagrange -> Euler (1726) -> Bernouilli (1694) -> Bernouilli (1684) -> Leibniz (1666) -> Weigel

(***) Andere promotor van Lipschitz is Ohm:
Lipschitz (1853) -> Ohm (1811) -> von Langsdorf (1781)

(****) Andere promotor van Dirichlet is Fourier:
Dirichlet (1827, ****) -> Fourier -> en terug bij Lagrange

Toch wel verbazend dat vele bekende wiskundigen in je stamboom opduiken. Anderzijds moet iedereen wel teruggaan op enkele namen, dus misschien niet zo verbazend after all.

Iets gelijkaardig is het Erdös-getal, dat bepaalt hoe ver je afstaat via je publicatielijst van de wiskundige Paul Erdös. Mijn Erdös-getal is 3, via Leo Guibas, en dan via János Pach naar Erdös.

Allemaal spielerei natuurlijk, maar wel fun en goed voor het ego! :-) :-)

dinsdag 19 december 2006

Cars

Gisteren heb ik voor de eerste keer Cars gezien, de laatste animatiefilm van Pixar. Niet in de bioscoop, maarl wel op DVD thuis. Alle vorige Pixar films had ik al de eerste dag gezien toen ze uitkwamen, maar om een of andere reden was dat bij Cars dus niet het geval.

Waarom is dit relevant? Omdat de technologie waarmee animatiefilms zoals Cars gemaakt worden natuurlijk volledig steunt op computer graphics, het onderzoeksdomein waar ik zelf in actief ben, en ik een aantal van de researchers en software-developers bij Pixar persoonlijk ken (het doet nog steeds vreemd aan om namen van collega's te zien verschijnen in de aftiteling). In mijn vak 'Advanced Computer Graphics' tracht ik ook elk jaar een les te besteden aan de rendering-technologie van Pixar. Het afgelopen semester betekende dit dus dat een deel van de les gewijd was aan de algoritmen over hoe reflecties berekend worden in Cars. Immers, vermits de autootjes sterk spiegelend zijn, moeten ook de reflecties van de stadiumlampen, van henzelf, en van elkaar, perfect weerspiegelt worden in de carosserie van elk karakter. Speciale ray-tracing technieken werden hiervoor ontwikkeld, die in de les aan bod kwamen. En steeds zijn de mensen van Pixar zo vriendelijk om mij hun slides te laten gebruiken die ze voordien ook al op conferenties gebruikt hebben, waarvoor mijn dank.

Voor wie zelf het wetenschappelijk paper wil lezen, bezoek deze page van Per Christensen:
http://www.seanet.com/~myandper/abstract/rt06.htm

P.S. Voor de studenten die dit lezen: Het is wel degelijk leerstof voor het examen :-)

(Prentje van bovenstaande site en Copyright Disney/Pixar 2006)

maandag 4 december 2006

Drie inspirerende video's

Youtube is altijd goed om leuke video's te ontdekken, zelfs filmpjes die academisch enige relevantie hebben.

Het eerste filmpje komt uit de documentaire Triumph of the Nerds uit 1996, en die op PBS is uitgezonden. Presentator was Robert Cringely, die nu nog steeds een column schrijft over het reilen en zeilen in Silicon Valley. Het fragment gaat over de grafische interface gebaseerd op vensters en besturing via een muis, die we nu allemaal kennen, maar die oorspronkelijk ontwikkeld werd door het Palo Alto Research Centre van Xerox, ook bekend als Xerox Parc. Steve Jobs, toenmalig CEO van Apple, wordt terecht opgevoerd als de visionair die de grafische interface naar de persoonlijke computer bracht. Een korte transcript, die Robert Cringely met zeer veel overgave brengt:
The most dangerous man in Silicon Valley sits in an office in this building. People love him and hate him. Often at the same time. For ten years by sheer force of will he made the personal computer industry follow his direction. With this guy we're not talking about someone driven by the profit motive in a desire for an opulent retirement at the age of forty, no we're talking holy war we're talking rivers of blood and fields of dead martyrs to the cause of greater computing. We're talking about a guy who sees the personal computer as his tool for changing the world. We're talking about Steve Jobs.
Een tweede filmpje gaat ook over Steve Jobs. Het is een speech die hij gaf tijdens de graduation op Stanford in 2005. Aan Amerikaanse universiteiten is het wel vaker de gewoonte dat op diploma-uitreikingen bekende sprekers worden uitgenodigd, en Stanford is natuurlijk geen uitzondering.
Sometimes life hits you in the head with a brick. Don't lose faith. I'm convinced that the only thing that kept me going was that I loved what I did. You've got to find what you love. And that is as true for your work as it is for your lovers. Your work is going to fill a large part of your life, and the only way to be truly satisfied is to do what you believe is great work. And the only way to do great work is to love what you do. If you haven't found it yet, keep looking. Don't settle. As with all matters of the heart, you'll know when you find it. And, like any great relationship, it just gets better and better as the years roll on. So keep looking until you find it. Don't settle.
Het laatste filmpje (niet on Youtube) , maar zeker niet het minste, is een portret van prof. Donald Greenberg, in wiens Program of Computer Graphics aan Cornell University ik werkte als postdoc van 1998 tot 2001. Don Greenberg is een legende op zichzelf in het computer graphics-wereldje. Een zeer inspirerend iemand, van hem heb ik zeer veel opgestoken over hoe je een succesvolle research groep moet leiden. Het filmpje schetst zijn carriere, startende van toen hij zelf ook student was aan Cornell in de jaren 50, en toen studeren nog een sociaal voorrecht was. All-American and definitely Ivy-League ...
Filmpje op http://ifup.cit.cornell.edu/

donderdag 23 november 2006

Ph.D. Comic


De beste comic die de essentie van het leven van Ph.D. studenten, proffen en onderzoekers typeert is ongetwijfeld Piled Higher and Deeper. Mijn deur hangt er vol van.

(comic van http://www.phdcomics.com)

maandag 20 november 2006

Ir.Reëel

Gedurende het academiejaar 1988-1989 maakte ik deel uit van het praesidium van VTK, de faculteitskring van de ingenieursstudenten. Ik zat ook op kot op Blok 5 (hernummerd enkele jaren terug naar Blok 6) op Cite, waar een groot deel van het praesidium op kot zat. Een van mijn taken was het volschrijven van de Ir.Reëel, het kringblaadje. Met primitieve PCs (naar huidige maatstaven) en DTP software schreven we zo'n 4 nummers per jaar, die dan in zwart-wit gedrukt werden bij toenmalige drukkerij De Raaf in de Ravenstraat.

Tegenwoordig verschijnt Ir.Reëel in kleur, en natuurlijk ook in pdf formaat. Waarom ik dit allemaal vermeld? Omdat ik in het eerste nummer van dit academiejaar voor Ir.Reëel geinterviewd werd samen met enkele collega's. Na in Herselt eventjes het karting-circuit verkend te hebben, werden ons alelrlei vragen gesteld over onze attitude over auto's en het verkeer. Leuke ervaring, en een soort van Full Circle Experience.

dinsdag 14 november 2006

Veto


Leuke cross-verwijzing: deze week wordt deze eigenste blog in Veto (nummer 13 november 2006) als een van de 'alternatieve 11 blogs'.

8. Net als Supertomaat, maakt professor Philip ‘Ph.D.’ Dutre gebruik van dezelfde originele paginalay-out. Bovendien vraagt de man zich op zijn blog af waarom studenten zich niet goed informeren over de data van de tweede zit. “Hebben we hier niet te maken met volwassen mensen die zelf verantwoordelijkheid moeten opnemen over het inwinnen van correcte informatie?” En nu maar hopen dat het iets uithaalt... phildutre.blogspot.com

... En net nu het hier de laatste 2 weken wat kalm was ;-)

maandag 13 november 2006

Interviews

Twee leuke interviews gehad de afgelopen dagen, het ene al wat ernstiger dan het andere.
  1. Campuskrant wil in een volgend nummer wat aandacht besteden aan het lesgeven voor grote groepen. Blijkbaar had DUO mijn naam doorgegeven, vermits ik in het verleden een workshop over dit onderwerp gevolgd had, en de 1ste bechelor burgerlijk ingenieur beschouwt wordt als een grote groep. Met als gevolg een telefonisch interview. Grappig detail: ik veronderstelde dat het interview op tape werd opgenomen, maar blijkbaar wordt dit nog gedaan op de ouderwetse manier: met de hand nota nemen.

  2. Op mijn weg naar de Moete voor een late lunch, werd ik staande gehouden door 2 studenten, bewapend met microfoon en camera, die het project Science Cafe uitwerken. De vraag was wat ik dacht over toeval in de wetenschap, en of toeval sowieso wel bestaat. Eerst wist ik niet goed wat antwoorden, dus babbelde ik maar wat over toevalsvariabelen, tot ik plots besefte dat het niet datw as wat ze waarschijnlijk bedoelden. Dan maar overgeschakeld op het toeval van het doen van een geniale ontdekking.